Back to list of articles.
This article in PDF [76Kb]
Een Portugese rijmeester in het Westvlaamse land
Atjan Hop – Baroque winternummer 11 2001
Een bijzondere opdracht verscheen ten redactieburele van Baroque: een dagje aan de kant van de rijbaan kijken en luisteren naar een Portugese leermeester. Want Pedro de Almeida zou enkele dagen naar België komen om op verschillende locaties aan geïnteresseerden rijles te geven. Waar zou zijn benadering en handelswijze verschillen ten opzichte van de in onze streken gebruikelijke ? De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat zijn naam ons in eerste instantie weinig zei. Enige navraag en een dagje optrekken met deze bijzondere man zorgde er echter voor dat wij de naam Almeida niet snel meer zouden vergeten.

TUIGPAARD

In de gastvrije omgeving van de rijschool van Marc Devos in het Westvlaamse Houthulst troffen wij middenin de rijbaan een vriendelijke rustige man van eind veertig, die bedaard in het Frans zijn aanwijzingen gaf aan een enkele amazone op haar paard.
Direct opvallend waren zijn concentratie richting paard en ruiter, zijn mimieken en gebaren. Niet zij, maar hij leek het paard te rijden. Aan de kant een enkele toeschouwer, verder complete rust. Het paard, notabene een Nederlands tuigpaardtype, liep statig, maar braaf en rustig in evenwicht zijn oefeningen.
Aan het eind van het onderricht bedankte de man zijn leerlingen-voor-één-uur en prees de werkwilligheid en beweging van haar paard. De dame straalde: het bleek het eerste compliment dat zij sinds tijden over haar paard had gekregen. Ze was met haar Hollandse tuiger een vreemde eend in de Belgische dressuur-bijt. Tevreden verliet zij de manège.

LUSITANO

Een volgende amazone diende zich aan. Haar fraaigelijnde 7-jarige Lusitano bleek een paard met een verleden... Ondeskundige lieden hadden reeds hun sporen nagelaten bij dit knappe paard, met angst en mentale instabiliteit tot gevolg. De amazone had zich tegen onverwachte sprongen ingedekt met een hulpteugel.
Nieuwsgierig wachtten wij op de zaken die komen gingen. Almeida bleek op de hoogte van de problemen bij het paard, maar meldde direct glimlachend dat hij weliswaar begreep dat zij het extra leerwerk ter veiligheid had toegevoegd, maar wel verwachtte dat zij het nu niet zou gebruiken. Zijn glimlacht werkte klaarblijkelijk vertrouwen: de slofteugel bleek verder ongeroerd. Langzaam maar zeker liet hij het overhaaste stappende paard met eenvoudige figuren aan die levensgevaarlijke hoefslagkering wennen, steeds maar onder het normale tempo terugvallen latend. En zo ook in draf. Grote lijnen, rust, nergens, overvragen, nergens dwang. Spelenderwijs iedere keer een stapje verder, zonder dat het paard het ogenschijnlijk in de gaten had.













Bij de opbouw van het losrijden werd opvallend veel gebruik gemaakt van gymnatiserende zijgangen. Eerst een beetje wijken zonder buiging, dan schoudervóór vervolgens een schouderbinnenwaarts, toewerkend zelfs naar vier hoefslagen. En strikt afwisselend op beide handen. Om vervolgens van een schouderbinnenwaarts om te stellen naar een schouderbuitenwaarts. Of beter: een ‘Kruppeherein’ en uiteindelijk ook naar een travers. Omdat dit alles in volstrekte rust en vanzelfsprekendheid in opeenvolging plaatsvond, bracht dit geconcentreerde werk de balans die het zo nodig had, zowel lichamelijk als geestelijk. Een fascinerende ontwikkeling binnen drie kwartier...

LICHTE TOER

De daaropvolgende deelneemster kwam duidelijk met een ander doel. Deze regionale dressuurgrootheid bracht een Lichte Tour-paard in de ring, om samen met de Portugese rijmeester aan een verfijning richting het echte zware werk te werken. Maar ook hier weer hetzelfde beeld en dezelfde opbouw. Spectaculair en hedendaags sportgericht presenteerde de combinatie zich in de piste. Het spectaculaire bleef, maar de verfijning in balans en daarmee in het hele paard werd -weer- bewerkstelligd door eenvoudige basisoefeningen, met de rek- en strekoefeningen van de zijgangen voorop. Om van daaruit tot steeds meer in verzameling te komen, zodat ook de aanzet tot zwaardere oefeningen, een pirouette, een piaffe, door het paard als vanzelfsprekend werd ervaren.

En weer steeds die rust bij alles, nog immer die betrokkenheid van Almeida bij het gebeuren in de rijbaan. De omgeving leek aan hem voorbij te gaan. Vanaf de grond boog en bewoog hij mee met het paard. Vanaf de grond deed hij het paard gaan.

VOLBLOED

Ook een volgende amazone kon op deze aandacht rekenen. Deze jongedame bracht een leuk paardje met veel Volbloed door de aderen in de baan, met navenant temperament en sensibiliteit. Voorwaar geen eenvoudig paard. Overhaast en onervaren begon deze combinatie aan het lesuur. Maar ook hier wierp de benadering van de Portugese rijmeester zijn vruchten af. De inmiddels bekende opbouw, met ruime aandacht voor de zijgangen bracht ook hier weer uitkomst.
Vriendelijk en met veel geduld probeerde hij zijn jonge leerlinge, voor wie zijn Frans ook nog in het Nederlands vertaald moest worden door een in de rijbaan staande secondante, tot een verdere prestatie te begeleiden. Ook hier zag de toeschouwer de rust en balans weer in de combinatie komen. Van gehaaste korte bewegingen naar een mooie gedragenheid. Ogenschijnlijk weinig spectaculair, maar voor de geïnteresseerde toeschouwer viel er veel te genieten.

Nu zou het kunnen lijken alsof de benadering door Pedro de Almeida bij ieder paard hetzelfde is, maar niets is minder waar. Voor iedere combinatie, afhankelijk van niveau, bouw en lichamelijke mogelijkheden, temparament en looplust van het paard en eventuele aanwezige problemen bij ruiter of paard, wist hij steeds de juiste toon te zetten om tot verbetering te komen. Het was dan ook geenszins een saaie dag. Maar de rode lijn in zijn werkwijze werd steeds duidelijker.
Rust en een gestructureerde consequente opbouw, die door een haast vanzelfsprekende opeenvolging van oefeningen iedere zweem van dwang uit de weg ging. Met name de zijgangen kregen hierbij een grote rol toebedeeld, met schouderbinnenwaarts als ultieme oefening voor de schouder, binnenachterbeen, lengtebuiging en dus in zijn totaliteit voor de souplesse. Niet zo verwonderlijk wanneer we bedenken dat deze instructeur ooit jarenlang les kreeg bij de grote Portugese rijmeester Nuno Oliveira, die in de navolging van de 18e eeuwse ‘uitvinder’ De la Guérinière van het schouderbinnenwaarts, veel aandacht besteedde aan de correcte uitvoering van deze oefening. Desondanks noemt Almeida zich zeker geen directe navolger van Oliveira. Hij noemt eerder de goede vertegenwoordigers van de hedendaagse dressuursport en is bijvoorbeeld zeer enthousiast over zijn samenwerking met de bekende Duitse ruiter en trainer Klaus Balkenhol.
Toch is in zijn benadering, werkwijze en opbouwmeer de geest der 18e eeuwse klassieken dan de hedendaagse dressuursport terug te vinden. Zijn rust, tijd en geduld, zijn volledig uit de weg gaan van alles wat maar op even tot afdwingen zou kunnen leiden, zijn opvallend. Niet voor niets vindt hij dat bescheiden blijven en volharding de belangrijkste eigenschappen van de ruiter zouden moeten zijn. De paarden in zijn lessen worden niet spectaculair voorwaarts gereden, maar krijgen door systematische rustige arbeid uiteindelijk zodanig meer balans en souplesse over zich, dat een meer voorwaartse beweging als een vanzelfsprekendheid volgt.

BESLUIT

Onze dag werd besloten door een les aan de gastvrouwe, die met haar massale Lusitanohengst al menig zwaardere oefening beheerste, maar juist in de souplesse en lengtebuiging nog wat tekort schoot. Een kolfje naar de hand van de rijmeester. Ook in dit geval wierp zijn benadering de vruchten af. Een interessante dag derhalve, aldaar in het Westvlaamse land. Naar Nederland terugrijdend dachten wij over onze vraagstelling vooraf: in hoeverre verschilt deze Portugese rijmeester in zijn benadering en handelswijze met de in onze streken gebruikelijke ? Wel, deze vraag is hierboven eigenlijk reeds beantwoord.
Aan de ene kant is zijn benadering eenvoudigweg traditioneel gedegen, zoniet klassiek te noemen. Aan de andere kant is zijn doelstelling toch wel zeker gericht op de hedendaagse praktijk. Maar goed, het is bekend: er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Wij waren getuige van een Portugese route. En met genoegen.

Pedro de Almeida wordt regelmatig naar België uitgenodigd om her en der rij-instructie te geven. Wat zou, naast het hierboven geschetste, een verder voordeel kunnen zijn om juist bij hem rijonderricht te volgen ? Zijn ruime ervaring met Iberische paarden kan in ieder geval als een pré gelden voor de eigenaren van barokke paarden. Zijn klassieke achtergrond in combinatie met zijn waardering voor de dressuursport kan zeker positief uitwerken. Als negatief punt voor Nederlanders valt in ieder geval wel de reisafstand naar Vlaanderen te melden. Maar dat mag voor diegene die naar aanleiding van dit verhaal nieuwsgierig is geworden zeker geen beletsel zijn !
   Back to list of articles >